Leerlingportfolio

Leerlingportfolio   

(“Juf Samantha”)                                                                                                                                                                                                  Een portfolio is een doelgerichte verzameling van werk, samengesteld gedurende een bepaalde periode (Castelijns & Kenter, 2005). Het begrip ‘portfolio’ komt tegenwoordig steeds vaker op scholen voor, de oorsprong van het portfolio ligt niet in het onderwijs maar is afkomstig van het Italiaanse ‘portare foglio’, de letterlijke vertaling hiervan is ‘dragen van papier’. Oorspronkelijk werd met het begrip ‘portfolio’ een map met een verzameling van werken van bijvoorbeeld kunstenaars, architecten en modellen aangeduid. Zij gebruiken hun portfolio om deze aan belangstellenden te laten zien en werk te verwerven.[read more=”Lees meer” less=”Lees minder”]

 Het portfolio is bij uitstek geschikt voor gebruik in het competentiegerichte hogere onderwijs (Keiren, 2004), maar is het mogelijk om het portfolio ook toe te passen binnen het basisonderwijs? In mijn tweede studiejaar heb ik op een basisschool stage gelopen waar met het portfolio gewerkt wordt. Hier heb ik kennis gemaakt met de mogelijkheden van het portfolio. In de komende hoofdstukken beschrijf ik de theorie achter het portfolio en probeer deze te koppelen aan mijn eigen ervaringen. Ik ga op zoek naar mogelijkheden die het portfolio biedt binnen het basisonderwijs voor leerkrachten en leerlingen. Mijn belangrijkste vraag hierbij is; kan het portfolio toegepast worden als beoordelend instrument binnen het basisonderwijs?

1. Het portfolio
1.1 Verschillende soorten portfolio’s
1.2 Het portfolio als leermiddel
1.3 Het portfolio als leerlingvolgsysteem

2. De leerlijnen
2.1 De leerlijnen
2.1.1 Ontwikkelen van leerlijnen
2.1.2 Leerlijnen in het portfolio
2.2 Basisschool de Klaverweide

3. Aan de slag met het portfolio
3.1 De bewijsstukken
3.1.1 Werkjes van kinderen
3.1.2 Vluchtige momenten
3.1.3 Foto’s
3.1.4 Overige mogelijkheden
3.2 Labelen
3.3 Startproeven

4. Portfoliogesprekken
4.1 Reflecteren met leerlingen
4.2 Oudergesprekken
4.2.1 Het rapportgesprek
4.2.2 Het oudergesprek met portfolio
4.3 Leerling-geleide gesprekken

Conclusie

Hoofdstuk 1

Het portfolio
1.1 Verschillende soorten portfolio’s
1.2 Het portfolio als leermiddel
1.3 Het portfolio als leerlingvolgsysteem

Net als het oorspronkelijke portfolio is het kinderportfolio een verzameling van het gemaakte werk. De functie en het doel van het kinderportfolio is anders dan het oorspronkelijke en is vooral gericht op ontwikkeling en prestatie. In dit hoofdstuk staan de drie belangrijkste vormen van het portfolio en hun toepassingsmogelijkheden binnen het basisonderwijs beschreven.

1.1 Verschillende soorten portfolio’s
Er zijn drie verschillende portfolio’s te onderscheiden; het ontwikkelingsgerichte portfolio, het assessment portfolio en het schowcase portfolio. (Slotman, 2010)
Het ontwikkelingsportfolio, ook wel werkportfolio genoemd, heeft een reflectieve functie. Dit portfolio is een bewaarplaats voor werk dat af is, maar ook voor werk dat nog afgerond moet worden. Uit het verzamelde werk kan een selectie gemaakt worden voor het eindportfolio. Het ontwikkelingsportfolio geeft leerkrachten en leerlingen zicht in de mate waarin en de wijze waarop bepaalde leerdoelen worden bereikt en daagt uit tot het stellen van nieuwe leerdoelen, het reflecteren over te hanteren leerstrategieën en het plannen van leeractiviteiten (Castelijns en Kenter, 2005).
Het assessment portfolio, ook wel evaluatieportfolio genoemd, heeft als belangrijkste functie te verantwoorden wat er is geleerd. Van te voren ligt vast aan welke eisen het portfolio moet voldoen en wat er in het portfolio moet komen, denk hierbij aan opdrachten die het kind uit moet voeren n.a.v. de gestelde leerdoelen. Het assessment portfolio heeft een beoordelende functie.
Het showcase portfolio staat ook wel bekend als het presentatieportfolio en komt het dichtst in de buurt van het portfolio zoals deze oorspronkelijk bedoeld was. Het bevat zorgvuldig geselecteerde voorbeelden van het belangrijkste en het beste werk van de leerlingen.

1.2 Het portfolio als leermiddel
Met hulp van het portfolio verwerven kinderen vaardigheden en competenties die zij kunnen toepassen in hun verdere school- en werkcarrière. Het leerrendement ligt vooral in het reflecteren op het gemaakte werk. In het boek ‘de diepte in met leerlingportfolio’s’ staat duidelijk beschreven wat leerlingen leren door te reflecteren en welke vragen zij zichzelf kunnen stellen. Reflecteren wordt in dit boek op deze manier beschreven; Reflecteren is een bewuste mentale activiteit die kinderen inzicht biedt in de wijze waarop zij leren en in de resultaten die daarvan het gevolg zijn. Door te reflecteren begrijpen zij beter hoe ze leren en kunnen zij deze kennis in nieuwe leersituaties gebruiken (Castelijns & Kenter, 2005).

Het reflecteren kan op verschillende momenten plaatsvinden; aan het begin, tijdens en aan het eind van een activiteit

  • Voor: De leerling oriënteert zich op het leerproces en op de leerdoelen die hij wil bereiken.
  • Tijdens: Hij denkt na over wat hij wil leren en of de aanpak die hij heeft gekozen werkt, indien nodig stelt hij zijn strategie bij om het doel dat hij zichzelf heeft gesteld alsnog te bereiken.
  • Na afronding: Na afloop van de activiteit gaat de leerling na of het doel wel of niet is behaald. De leerling blikt terug op het proces en beoordeelt of hij de gestelde doelen bereikt heeft en stelt zichzelf op grond daarvan nieuwe leerdoelen.

1.3 Het portfolio als volgsysteem
Het portfolio kan gebruikt worden als instrument om de ontwikkeling van leerlingen nauwkeurig te meten. Het gebruik van het portfolio als middel om de ontwikkeling van kinderen te volgen heeft enkele voordelen vergeleken met reeds bestaande leerlingvolgsystemen. Het belangrijkste verschil tussen bestaande leerlingvolgsystemen en het portfolio is dat het kind met zichzelf wordt vergeleken in plaats van met anderen (Castelijns & Kenter, 2005). Het leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS) van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO) is wellicht het bekendste leerlingvolgsysteem. Het CITO stelt zijn toetsen samen door opgaven te bedenken die aansluiten bij de leerlijnen en het niveau dat van leerlingen op een bepaald moment verwacht kan worden. De score die een kind behaald is afhankelijk van de gemiddelde score die kinderen op de toets halen. Een kind die op een CITO toets een A haalt scoort bovengemiddeld, haalt het kind een D of E dan scoort het onder het gemiddelde. Welke informatie geeft deze score precies over de ontwikkeling van het kind? Het geeft aan dat een leerling boven-, onder- of gemiddeld presteert en op welke onderdelen deze uitvalt. De toetsgegevens kunnen met elkaar vergeleken worden om te kijken of er een doorgaande lijn in de ontwikkeling van het kind zit. Het geeft echter geen duidelijk beeld van waarom leerlingen op een bepaald gebied uitvallen en geeft een eenzijdig beeld van hun ontwikkeling. Het portfolio kan helpen een gedifferentieerd beeld van de ontwikkeling te schetsen, zowel in de diepte als in de breedte (Castelijns en Kenter, 2005). Het portfolio geeft een duidelijk beeld van de vaardigheden en kennis die leerlingen hebben geleerd en kunnen toepassen, maar ook van de kwaliteit van het werk. De veranderingen in het leerproces worden door middel van het portfolio zichtbaar gemaakt. Het toevoegen van leerlijnen aan het portfolio kan helpen om de ontwikkeling zichtbaar te maken aan de leerling, de leerkracht maar ook aan ouders of verzorgers. In het volgende hoofdstuk leest u hier meer over.

Hoofdstuk 2

De leerlijnen
2.1 De leerlijnen
2.1.1 Ontwikkelen van leerlijnen
2.1.2 Leerlijnen in het portfolio
2.2 Basisschool de Klaverweide

Het portfolio heeft een reflecterende en beoordelende functie, de vormgeving van het portfolio moet voor alle betrokken partijen duidelijk en overzichtelijk zijn. Het is belangrijk om na te denken over het materiaal en de inhoud van het portfolio. Worden bewijsstukken in een map bewaard, wat doe je met grote bewijsstukken en hoe leg je bewijzen vast die niet van papier zijn. Voor scholen die werken met portfolio’s zijn dit belangrijke en terugkerende vragen. Op basisschool de Klaverweide, waar ik als tweedejaars student een jaar lang stage gelopen heb, werken ze sinds de invoering van het ‘natuurlijk leren’ in 2003 met portfolio’s. De school beschrijft het natuurlijk leren in hun schoolgids als volgt:

‘Natuurlijk Leren houdt in de praktijk in dat kinderen naast dagelijkse, vaste instructiemomenten (zoals rekenen) ook hun eigen onderzoeksvragen, prestaties en leerdoelen binnen een thema kunnen formuleren. Zij zijn dus verantwoordelijk voor hun eigen leerproces. Uiteraard is de docent nauw hierbij betrokken, waarbij de individuele leerlijn van ieder kind continu centraal staat. ‘

De leerkrachten van de Klaverweide zochten een manier om de leerresultaten van kinderen vast te leggen, zonder hierbij gebruik te maken van toetsen en cijfers. Zij zagen het portfolio als een goede manier om het werk van leerlingen in te bewaren. Naast het bewaren van werk gebruiken zij het portfolio ook ter vervanging van het rapport. Het toevoegen van de leerlijnen maakt het portfolio tot meer dan een presentatiemap.

2.2 De leerlijnen
Voor 1993 bestonden er geen landelijke afspraken over het onderwijsaanbod op scholen, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Maatschappij heeft kerndoelen opgesteld om niveau verschillen tussen scholen te beperken. Kerndoelen zijn richtlijnen van wat kinderen aan het eind van hun basisschoolcarrière moeten kennen en kunnen. In totaal zijn er 58 kerndoelen ontwikkeld (Ministerie van OCW, 2003). Deze kerndoelen moeten per leerjaar vertaalt worden naar leerlijnen. De leerlijnen bieden de leerkrachten houvast om op een systematische manier te kijken naar de ontwikkeling van kinderen en hun inzichten in te zetten bij het begeleiden van kinderen (Kammen, 2002).

2.1.1 Ontwikkelen van leerlijnen
Veel leerkrachten hebben bewust maar ook onbewust, een goed beeld van de verschillende leerlijnen. Het zelf construeren van leerlijnen zorgt ervoor dat zij deze beter voor ogen krijgen (Kammen, 2002).Door de leerlijnen met het gehele team op te stellen maak je gebruik van de kennis en ervaringen die je samen bezit. Zo ontstaan er leerlijnen die voor het hele team betekenisvol zijn.

Het uitwerken van de kerndoelen tot leerlijnen is de eerste stap voor het werken met portfolio’s. In deze alinea wordt kort beschreven hoe leerkrachten dit aan kunnen pakken. Het stappenplan is gebaseerd op de ‘werkwijze om leerlijnen te maken’ zoals beschreven in het boek ‘Werken met portfolio’s in de onderbouw’. In de vorige alinea staat al vermeld dat het uitwerken van de leerlijnen het beste in teamverband plaats kan vinden. Om te beginnen kiest het team één kerndoel om verder uit te werken tot leerlijnen. Samen wordt nagedacht over concreet waarneembaar gedrag van kinderen. Dit kan bijvoorbeeld door het kritisch bekijken van hun werk. Bespreek belangrijke ontdekkingen en gewenst gedrag van kinderen. Leerlijnen kunnen groepsoverstijgend geformuleerd worden, bijvoorbeeld door de groepen 1 tot en met 3 samen te voegen. Probeer de gevonden beschrijvingen te ordenen, wat kan en doet een kind aan het begin van het schooljaar en wat verwacht ik aan het eind. Zo ontstaat een lijn waarop een aantal punten worden gemarkeerd, deze punten kunnen worden gekarakteriseerd met woorden. Kies voor woorden die niet iets zeggen over de groep of de leeftijd van het kind maar over een bepaald niveau, niet groep 1 – 2 – 3 maar bijvoorbeeld beginner – gevorderde – expert.

Beschrijf bij iedere leerlijn concreet wat je de leerlingen ziet doen en hoort zeggen. Enkele voorbeelden per niveau van de leerlijn voor het werken met prentenboeken zoals beschreven in ‘Werken met het portfolio in de onderbouw’.

  • Beginner: Genieten, zin hebben in voorlezen en ‘lezen’ van prentenboeken, initiatieven nemen. Stralen als een boek ter sprake komt, nieuwsgierig zijn naar nieuwe verhalen en ernaar vragen, wegdromen bij een verhaal en langere tijd verdiept zijn in een boek.
  • Gevorderde: In de kring meeleven met het verhaal en de opbouw volgen. Denk aan: In houding en mimiek laten zien wat de personages meemaken en momenten in het verhaal uitbeelden. Elementen noemen in de samenhang van het verhaal (eerst, toen ..).
  • Expert: In de kring; het verhaal wordt ‘van de groep’ kinderen dragen eraan bij dat het verhaal in de groep een eigen leven gaat leiden. Denk aan; uitdrukkingen uit het boek toepassen op andere situaties, vooruitlopen op het verhaal of de sfeer daarvan en voorspellingen doen over de afloop van het verhaal.

Tot slot kunnen de opgestelde leerlijnen aan bestaande leerlijnen gespiegeld worden. Vul de leerlijnen eventueel aan, schrap of formuleer ze krachtiger.

2.1.2 De leerlijnen en het portfolio
Het toevoegen van de leerlijnen in het portfolio geeft duidelijkheid over waar de kinderen staan in hun ontwikkeling. In de vorige alinea staat beschreven hoe de leerlijnen uitgewerkt kunnen worden, de leerkracht kan de leerlijn vertalen naar een voor het kind begrijpelijk doel. Een voorbeeld hiervan staat in het boek ‘de waarde van portfolio’s’. De leerlijn ‘schrijven ‘ voor de onderbouw is in dit boek in tweeën categorieën gesplitst, de starter en de expert.
Starter Expert
– Ik houd mijn potlood vast zoals ik het – Ik weet hoe ik mijn potlood vast moet lekker vind. – Ik weet hoe ik moet zitten.
– Ik ga zitten zoals k het lekker vind. – Ik schrijf de letters op de regel.
– Het maakt mij niet uit met welke hand ik schrijf – Ik heb ontdekt welke hand bij mij past.
of teken. – ik ben bezig aan elkaar te leren schrijven.
– Ik schrijf alle letters in blokletters – Ik kan de losse schrijfletters schrijven in een schrijfschrift

– Schrijf alle letters even groot. STARTER EXPERT

Met behulp van de verzamelde bewijsstukken in het portfolio kan de leerkracht met de leerling in gesprek gaan over de vorderingen, deze worden genoteerd in de balk. Het toevoegen van leerlijnen aan het portfolio schept duidelijkheid aan de leerling over de te behalen doelen en bied houvast bij het evalueren en selecteren van bewijsstukken. Het bovenstaande schema is slechts een voorbeeld van hoe de leerlijn in het portfolio bijgehouden kan worden. De benamingen van de verschillende fasen kunnen veranderd worden in bijvoorbeeld, beginner – gevorderde – expert of kiem – groei – bloei. Er kan ook gekozen worden voor bijvoorbeeld een bolletjes systeem. Tevens kan er gekozen worden voor een duidelijke beschrijving van het tussenniveau, zoals bij het voorbeeld hieronder.

Kiem – Ik houd mijn potlood vast zoals ik het lekker vind. – Ik ga zitten zoals ik het lekker vind. – Het maakt mij niet uit met welke hand ik schrijf of teken. Groei – Ik kan alle letters als blokletter schrijven. – Ik weet hoe ik mijn potlood vast moet houden. – Ik heb ontdekt welke hand bij mij past. – Ik ben bezig aan elkaar te leren schrijven. – Ik weet hoe ik moet zitten. Bloei – Ik schrijf de letters op de regel. – Ik kan de losse schrijfletters schrijven in een schrijfschrift. – Ik schrijf alle letters even groot. KIEM GROEI BLOEI

2.2 Basisschool de Klaverweide
Het toevoegen van leerlijnen aan het portfolio maakt het een krachtig instrument. In de inleiding van dit hoofdstuk staat beschreven dat basisschool de Klaverweide op zoek was naar een manier om de ontwikkeling van leerlingen vast te leggen. De leerkrachten van de school zochten hierbij naar een werkwijze en instrument die aansloot bij hun vernieuwde onderwijs. Zij hebben ervoor gekozen het portfolio als reflectie instrument met een beoordelende functie in te zetten. In alinea 2.1 staat beschreven op welke wijze de leerlijnen geïntegreerd kunnen worden in het portfolio. De klaverweide heeft ervoor gekozen om deze ontwikkelingsbalk aan het portfolio toe te voegen. Om leerlingen eigenaar van hun eigen leerproces te maken, vult de leerkracht de vorderingen in samenspraak met de leerlingen in. Scholen kunnen ervoor kiezen dit na het afronden van een opdracht of project te doen. De leerkrachten van de Klaverweide hebben ervoor gekozen dit tijdens individuele gesprekken met de leerlingen te doen. Deze gesprekken vinden plaats in een aparte ruimte, waar de leerkracht en leerling in alle rust over de ontwikkeling kunnen praten. In de kleuterbouw worden deze ontwikkelingsgesprekken voor het eerst met kinderen gehouden. In het volgende hoofdstuk staat beschreven welke bewijsstukken de leerlingen in het portfolio kunnen stoppen. In het vierde hoofdstuk ga ik dieper in op het voeren van portfoliogesprekken met leerlingen en de mogelijkheden die het portfolio biedt bij oudergesprekken.

Hoofdstuk 3

Aan de slag met het portfolio


3.1 De bewijsstukken
3.1.1 Werkjes van kinderen
3.1.2 Vluchtige momenten
3.1.3 Foto’s
3.1.4 Overige mogelijkheden
3.2 Labelen
3.3 Startproeven

Bij het werken met portfolio’s verzamelen kinderen leerervaringen. Deze leerervaringen kun je aflezen aan dingen die leerlingen maken en het verhaal dat ze hierbij vertellen. Kinderen spelen een actieve rol bij het verzamelen van eigen werk voor het portfolio; ze beslissen zelf of ze iets wat ze gemaakt hebben willen bewaren, bedenken hoe ze een ervaring kunnen vastleggen voor hun portfolio en vertellen hun eigen verhaal erbij (Kammen, 2002). In dit hoofdstuk wordt het verzamelen en labelen van bewijsstukken besproken.

3.1 De bewijsstukken Leerlingen zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van bewijsstukken die zij in hun portfolio willen stoppen, de leerkracht heeft hierbij een begeleidende rol. In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden met betrekking tot de inhoud van het portfolio besproken. Wat kan een leerling in zijn portfolio stoppen en hoe zorg je er als leerkracht voor dat leerlingen reflecteren op het eigen werk en hier kritisch naar leren kijken? In dit hoofdstuk ligt de nadruk op het verzamelen van bewijsstukken in de onderbouw, met name de kleutergroepen.

3.1.1 Werkjes van kinderen
In de kleutergroepen maken leerlingen regelmatig werkjes, denk hierbij aan een knutselwerkje of een werkblad. Dit zijn concrete materialen die vaak makkelijk toe te voegen zijn aan het portfolio. Andere belangrijke leermomenten van kinderen zijn moeilijker om vast te leggen. Een leerling die een prentenboek voorleest aan een andere leerling of een leerling die een hele hoge toren in de bouwhoek heeft gemaakt.

3.1.2 Vluchtige momenten
In de klas vinden vaak vluchtige momenten plaats die veel zeggen over de ontwikkeling van een leerling, denk hierbij aan een uitspraak van een kind of een verhaal die het vertelt heeft naar aanleiding van een boek of gebeurtenis. Toch is het mogelijk om ook deze in het portfolio op te nemen. De leerkracht kan deze bijvoorbeeld op een los vel schrijven of op een speciaal werkblad, denk hierbij aan een blad over een prentenboek waarin het verloop van het verhaal vertelt wordt. De leerkracht leest het opgeschreven verhaal voor aan de leerling om te controleren of hij het hier mee eens is, daarna kan deze in het portfolio gestopt worden.

3.1.3 Foto’s
Een foto zegt meer dan duizend woorden is een uitspraak die lang niet altijd waar is, maar een foto kan wel veel vertellen over de ontwikkeling van de kinderen. Met een camera kunnen belangrijke leermomenten van kinderen vastgelegd worden. Je kan een veelzeggend moment vastleggen, denk hierbij aan een kind dat n.a.v. een voorgelezen verhaal zelf het prentenboek pakt en het verhaal in eigen woorden navertelt of het plezier in de ogen van een kind als hij eindelijk die moeilijke opdracht heeft afgerond. De camera kan ook gebruikt worden om vast te leggen hoe iets er precies uitzag, denk hierbij aan een leerling die zich verkleed heeft of een bouwwerk dat hij gemaakt heeft. De leerlingen kunnen zelf vertellen hoe zij willen dat iets in beeld wordt gebracht. Een foto kan ook verwijzen naar een belangrijk moment zonder dat deze exact weergegeven wordt. Een voorbeeld hiervan kunnen de blokken zijn die op de grond liggen nadat de hoge toren omgevallen was. Belangrijk is dat de leerling en leerkracht direct opschrijven waar de foto naar verwijst. In dit voorbeeld kan dat zijn; ‘David en Isa wilden een hoge toren bouwen. De toren was wel hoog maar niet stevig, daardoor viel hij om. Zij hebben toen samen bedacht hoe je een stevige en hoge toren kon bouwen.’ Dit kan in de bewoording van de leerkracht, maar beter is om het in de bewoordingen van de leerlingen op te schrijven, het is immers ‘hun’ portfolio.

3.1.4 Overige mogelijkheden
In een kleutergroep vinden veel verschillende gebeurtenissen plaats; een kringgesprek, het aanleren van een versje of liedje of een gesprek tussen twee leerlingen, ook deze momenten kunnen prima vastgelegd worden. Een aangeleerd versje kan bijvoorbeeld opgenomen worden op een cassette bandje. Deze mogelijkheid is er ook voor het kringgesprek of een verhaal dat een leerling kan navertellen. Het is ook mogelijk om bepaalde producten die klassikaal gemaakt zijn of aangeleerd zijn aan het portfolio toe te voegen. De leerkracht kan bijvoorbeeld een kopie maken van een woordveld of aangeleerd versje. De leerling kan er zelf voor kiezen of hij wil dat dit bewijsstuk aan zijn portfolio wordt toegevoegd of niet. Een andere mogelijkheid is het toevoegen van lijstjes aan het portfolio. Dit kan een lijst zijn waar alle prentenboeken die de leerling zelf kan ‘voorlezen’ op genoteerd worden of een waar alle puzzels of kralenplanken die de leerling met succes afgerond heeft aangekruist kunnen worden.

3.2 Labelen
Er zijn veel verschillende manieren om bewijsstukken voor het portfolio te verzamelen, om deze betekenisvol te maken moeten zij gelabeld worden. In de vorige alinea staat al beschreven dat het voor sommige bewijsstukken noodzakelijk is om een toelichting erbij te schrijven, bijvoorbeeld bij een foto. Deze toelichting kan ook een ‘label’ genoemd worden. Een label is kort en krachtig, is een beschrijving van het bewijsstuk, vertelt iets over de situatie waarin het tot stand is gekomen en wat het vertelt over de ontwikkeling van de leerling (Kammen, 2002). In de kleuterbouw schrijft de leerkracht de labels voor de leerlingen. Deze leest hij aan hen voor om te kijken of het verhaal klopt en de leerling het hier mee eens is. Bij het maken van de labels benoemt de leerkracht regelmatig criteria waarom het bewijsstuk toegevoegd kan worden. Jonge kinderen leren dat er andere criteria zijn dan ‘Ik vond het leuk’. In hogere groepen is het mogelijk dat kinderen deze labels zelf schrijven.

3.3 Startproeven
In het boek ‘de waarde van portfolio’s’ van Easly en Mitchell (2009) wordt het begrip startproeven geïntroduceerd. Aan het begin van het nieuwe schooljaar verzamelt de leerkracht voor ieder vak een opdracht of werkje van de leerlingen, deze worden in het leerling-portfolio gestopt. De bewijzen, startproeven genoemd, representeren de nulmeting voor de ontwikkeling van de leerlingen. Met behulp van deze startproeven kan de vooruitgang en de prestatie van een individuele leerling bekeken worden. Het verzamelen van startproeven is vooral geschikt voor de midden- en bovenbouw. Maar ook in de onderbouw kunnen startproeven verzamelt worden, denk hierbij aan een zelfportret van een leerling aan het begin van het jaar om te kijken hoe ver de leerling is in zijn tekenontwikkeling.

De leerkracht maakt aan het begin van het nieuwe schooljaar de keuze welke opdrachten als startproef gebruikt worden. Dit kan bijvoorbeeld een les uit het eerste blok van een methode zijn, maar ook een opstel over de vakantie kan hiervoor gebruikt worden. Een belangrijk criterium bij het selecteren van startproeven is dat de leerkracht het werk niet controleert of verbetert. Een startproef dient er voor om een beeld te geven van waar een leerling op dat moment staat in zijn ontwikkeling, aan de hand hiervan kan zijn vooruitgang afgemeten worden.
Indien leerlingen in het voorgaande schooljaar ook met het portfolio gewerkt hebben, is het niet nodig startproeven te verzamelen. Zij hebben immers het voorgaande schooljaar hun portfolio al kritisch bekeken en bewijzen verzamelt van waar zij in hun ontwikkeling staan. Het verzamelen van startproeven is alleen van groot belang als het werken met portfolio’s nieuw voor de leerlingen is.

Hoofdstuk 4

Portfoliogesprekken
4.1 Reflecteren met leerlingen
4.2 Oudergesprekken
4.2.1 Het rapportgesprek
4.2.2 Het oudergesprek met portfolio
4.3 Leerling-geleide gesprekken

Het portfolio biedt veel mogelijkheden voor het voeren van gesprekken met leerlingen en het voeren van gesprekken met ouders. In dit hoofdstuk wordt het portfoliogesprek met als doel het reflecteren op de ontwikkeling van het kind besproken en de mogelijkheden die het portfolio bied voor het houden van oudergesprekken.

4.1 Reflecteren met leerlingen
Om hun leren te verbeteren moeten leerlingen relevante en toegespitste feedback krijgen (Easly & Mitchell, 2009). De leerkracht kan deze feedback geven tijdens de portfoliogesprekken, deze gesprekken zijn bedoeld om te reflecteren op de leerervaringen van kinderen. Reflectie op het gemaakte werk is essentieel voor het werken met portfolio’s, leerlingen reflecteren wanneer zij over hun eigen handelen nadenken (Castelijns & Kenter, 2005).

Tijdens het portfoliogesprek wordt gekeken waar het kind in zijn ontwikkeling staat, ook kunnen op dit moment labels geschreven of aangepast worden. De tijd die tussen het maken van een werkje/bewijsstuk en het portfoliogesprek zit kan lang zijn. Het is dan ook belangrijk dat de meeste labels geschreven worden zodra het bewijsstuk aan het portfolio toegevoegd wordt.

Aan het begin van het portfoliogesprek krijgt de leerling de gelegenheid om rustig door zijn portfolio te bladeren, de meeste leerlingen beginnen zelf over een bewijsstuk te praten en anderen moeten even op gang geholpen worden (Kammen, 2002). De leerkracht kan de leerling helpen door vragen over het bewijsstuk te stellen; Vertel eens….? Kies maar iets waar je over wilt vertellen? Wat hebben jullie toen precies gedaan? Stel open vragen en laat oordelen achterwege. Oordelen draagt er aan bij dat kinderen zich ook steeds beoordelen in termen van goed en fout, mooi en lelijk. (Castelijns & Kenter, 2005)

Soms doen leerlingen aan de hand van materialen in hun portfolio zelf uitspraken op abstracter niveau (Ik kan al letters naschrijven).De leerkracht kan ook vragen stellen die de leerling uitnodigt om verbanden te leggen; ‘zie je verschillen en wat is hetzelfde gebleven?’ of ‘wat heb je erbij geleerd?’. De leerkrachten kan ervoor kiezen om bij het verhaal van de leerling aanvullende conclusies te schrijven n.a.v. het gesprek. Dit doen ze op een manier die duidelijk laat zien wat de leerling vertelt en wat de leerkracht heeft toegevoegd.

Het is voor leerlingen belangrijk dat het portfoliogesprek op een rustig moment plaatsvindt. De leerkracht kan ervoor kiezen om het gesprek in de klas te houden terwijl de andere kinderen zelfstandig aan het werk zijn. De leerkrachten van basisschool de Klaverweide hebben ervoor gekozen om deze gesprekken buiten de klas plaats te laten vinden. Een voordeel hiervan is dat de leerling en leerkracht niet afgeleid worden door gebeurtenissen in de groep. Een ander voordeel is dat niemand hoort waar de leerling en de leerkracht samen over praten. Het kan dan voor beide partijen makkelijker zijn om over bepaalde zaken te praten. Voor de leerling is het belangrijk te weten dat de informatie die hij aan de leerkracht geeft, niet met andere leerlingen gedeeld wordt. Het voeren van individuele gesprekken buiten de klas brengt wel een organisatorisch probleem met zich mee. Wie staat er voor de klas, als de leerkracht de gesprekken voert? Op basisschool de Klaverweide lossen ze dit probleem op door onderwijsassistenten en stagiaires in te zetten die in staat zijn zelfstandig de groep te draaien. Ook benutten zij het pauze moment, tijdens het buitenspelen, om met leerlingen in gesprek te gaan. Dit kan natuurlijk alleen wanneer er genoeg leerkrachten aanwezig zijn om toezicht op het plein te houden.

4.2 Oudergesprekken
Het uitwisselen van informatie over leerlingen vindt vaak plaats tijdens de oudergesprekken. Het portfolio biedt de leerkracht de mogelijkheid om de ouders op de hoogte te stellen van de ontwikkeling van het kind zonder dat daar direct een gesprek over plaats vindt. In de onderstaande paragrafen bekijken wij de functie van de oudergesprekken en welke rol het portfolio speelt bij het voeren van deze gesprekken.

4.2.1 Het rapportgesprek
Een paar keer per jaar vinden er op scholen oudergesprekken plaats, tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de leerlingen met de ouders besproken. Deze gesprekken, ook wel bekend als rapport- of 10-minuten gesprekken vinden meestal halverwege en aan het eind van het schooljaar plaats. Vaak vallen ze samen met het uitreiken van de rapporten. Door het rapport van te voren uit te reiken krijgen ouders de gelegenheid om de vorderingen van hun kind rustig te bekijken. Daarnaast kunnen zij zich voorbereiden op het gesprek met de leerkracht. Het rapportgesprek kan op twee manieren worden gevoerd, als informatieoverdracht- of als communicatiegesprek (Brand & Gil-Toresano, 2006). De eerste manier houdt in dat de leerkracht de tijd voornamelijk gebruikt om zo veel mogelijk informatie aan de ouders over te brengen. De afgelopen jaren wordt de nadruk gelegd op het communiceren met ouders, tijdens het gesprek ziet de leerkracht de ouders als communicatie partner. Het doel van het gesprek is om zoveel mogelijk informatie uit te wisselen, de leerkracht is niet alleen de overdrager maar ook de ontvanger. (Brand & Gil-Toresano, 2006)

4.2.2 Het oudergesprek met portfolio
Het portfolio kan leerkrachten en ouders aanknopingspunten bieden bij het voeren van de oudergesprekken. Het portfolio kan gedurende het hele schooljaar door de ouders bekeken worden, geschikte momenten hiervoor zijn bijvoorbeeld in de tien minuten voor aanvang van de school. Een andere mogelijkheid is om het portfolio op meerdere momenten in het jaar mee naar huis te geven, zodat deze op het gemak door de familie bekeken kan worden. Het toevoegen van duidelijk beschreven leerlijnen, zoals beschreven in hoofdstuk twee, geeft ouders een beeld van de vaardigheden en kennis die leerlingen zich aan het eind van een bepaalde periode eigen gemaakt moeten hebben. Daarnaast zien de ouders voorbeelden van werk van hun kind. Ze krijgen de mogelijkheid om te bekijken wat er goed gaat en waar de verbeterpunten zitten.

Het doel van een oudergesprek is het bespreken van de vooruitgang van kinderen, het portfolio laat deze vorderingen ook zien. Tijdens het oudergesprek kan de leerkracht het portfolio toelichten en kunnen ouders vragen stellen over de ontwikkeling van hun kind. De leerkracht kan zijn bevindingen illustreren m.b.v. voorbeelden uit het portfolio. Het gesprek tussen ouders en leerkracht is een belangrijk moment voor ouders om privé informatie over de situatie van de leerling uit te wisselen.

4.3 Leerling –geleide gesprekken
Leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen ontwikkelingen en de inhoud van het portfolio, dit biedt de leerkracht de mogelijkheid het oudergesprek in een andere vorm te gieten. Easly en Mitchell (2009) spreken van leerling-geleide gesprekken, in deze alinea wordt hun aanpak besproken. Bij leerling geleide gesprekken wordt de leerling betrokken en voor een groot deel verantwoordelijk voor het gesprek met zijn ouders over zijn ontwikkeling. Er zijn verschillende soorten gesprekken mogelijk, een tweetakt-, een drietakt- en een vier- of vijftaktgesprek.

Het tweetakt-gesprek vindt plaats tussen de leerling en de ouders, de leerkracht heeft slechts een begeleidende rol. Bij het tweetakt-gesprek worden meerdere ouders en kinderen uitgenodigd om het portfolio op school te bekijken en te bespreken. Voor de gesprekken wordt meer tijd uitgetrokken dan voor een regulier oudergesprek, bijvoorbeeld 30 tot 45 minuten. De leerling gaat samen met zijn ouders over zijn portfolio in gesprek, het portfolio wordt als het ware aan de ouders gepresenteerd. De leerkracht loopt tijdens de gesprekken rond en kan waar nodig de leerling aansturen, helpen en vragen van de ouders beantwoorden. De leerkracht is dus niet gedurende het hele gesprek tussen de ouders en leerling prominent aanwezig. Het tweetakt-gesprek is geschikt voor leerlingen waarvan de leerkracht denkt dat zij het zelfstandig voeren van het gesprek al aan kunnen. Dit zijn kinderen die een goed beeld hebben van hun eigen ontwikkeling en goed kunnen reflecteren op het eigen werk.

Het drietakt- gesprek vindt plaats tussen de leerling, de ouders en de leerkracht. De leerling heeft tijdens het gesprek een actieve rol en de leerkracht begeleidt de leerling intensief bij het voeren van het gesprek. Voor het drietakt-gesprek kan circa twintig minuten uitgetrokken worden. Deze vorm is geschikt voor leerlingen die nog niet in staat zijn om het gesprek zelfstandig te leiden, bijvoorbeeld een verlegen of nieuwe leerling die hier nog geen ervaring mee heeft.

Het vier- of vijftaktgesprek is bedoeld voor leerlingen met een specifiek probleem of een rugzakje. Bij dit gesprek voegt de interne begeleider, de remedial teacher of de directeur zich bij het gesprek. Tijdens het gesprek probeert de leerling zijn portfolio zo goed mogelijk te presenteren, met behulp van de input van de andere deelnemers.

In de kleutergroepen is het ook mogelijk om leerling-geleide gesprekken te voeren. De organisatie en begeleiding van deze gesprekken vergt meer van de leerkracht dan in de midden- en bovenbouw. Vlotte kleuters zijn vaak al goed in staat om te vertellen wat zij goed en minder goed kunnen. (Easly & Mitchell, 2009) Bij jonge kleuters is het verstandiger om een portfoliomiddag te organiseren, deze middag is bedoeld om kleuters en ouders de tijd te geven om het portfolio grondig door te bladeren en te bekijken. Het gesprek tussen ouders en leerkracht over de ontwikkeling van het kind kan op een ander moment plaatsvinden.

Conclusie

Bij het werken met het porfolio in het onderwijs kunnen wij drie soorten portfolio’s onderscheiden, een ontwikkelings-, een assesment- en een presentatieportfolio. De keuze van het soort portfolio is afhankelijk van het doel dat de school met het portfolio voor ogen heeft. Is het portfolio een leermiddel of een instrument om de ontwikkeling te beoordelen. In beide gevallen kan het ontwikkelingsportfolio toegepast worden. Het assessmentportfolio heeft echter uitsluitend een beoordelende functie.

Het ontwikkelen van de leerlijnen schetst voor de leerkrachten een duidelijk beeld over wat de leerlingen na een bepaalde periode moeten kunnen en kennen. Door leerlijnen helder en duidelijk te formuleren is dit ook voor leerlingen zichtbaar. Een heldere en duidelijke formulering van de leerlijnen maakt het voor leerlingen mogelijk om te kijken waar zij staan in hun ontwikkeling en wat er van hun verwacht wordt. Door de leerlijnen aan het portfolio toe te voegen heeft de leerkracht altijd een duidelijk instrument achter de hand om de ontwikkeling van de kinderen te bekijken, deze kan hen houvast bieden bij het ontwerpen van hun onderwijs en het invullen van rapporten. Het portfolio kan mogelijk zelfs het rapport in zijn geheel vervangen. Alle benodigde informatie over de ontwikkeling van het kind is immers al overzichtelijk bij elkaar verzameld. Basisschool de Klaverweide is een voorbeeld van een school die het portfolio gebruikt ter vervanging van het rapport.

Met behulp van het leerling-portfolio leren leerlingen vaardigheden die zij de rest van hun school- en werkcarrière gebruiken. Zij leren kritisch te kijken naar hun werk en uitgevoerde activiteiten en reflecteren hier op. Met hulp van de bewijsstukken en leerlijnen krijgen de leerlingen zicht op hun eigen leerproces en ontwikkeling. Aan de hand van deze informatie leren zij om zelf de verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces te nemen en denken zij na over wat zij willen leren en hoe zij dit aan gaan pakken. De leerlingen zijn de baas over hun eigen portfolio zij bepalen welke bewijsstukken zij wel of niet in het portfolio willen hebben en beredeneren ook waarom zij dit willen.

Het portfolio schetst niet alleen een duidelijk beeld van de ontwikkeling aan leerkrachten en de leerling zelf maar ook de ouders krijgen hier beter zicht op. Het portfolio bestaat niet uit een cijfer voor een toets of een rapportcijfer, maar bevat voorbeelden van werk van hun eigen kind. Zij kunnen met eigen ogen zien en lezen waar hun kind staat in zijn of haar ontwikkeling. Waar blinkt het kind in uit en waar moet het nog wat flinke stappen zetten. Het portfolio biedt ouders de gelegenheid om in principe iedere dag de ontwikkeling van hun kind te bekijken. Daarnaast is er de mogelijkheid om de map mee naar huis te nemen.

Met behulp van het portfolio is het voor de leerkracht makkelijker om oudergesprekken te voeren. Woorden kunnen geïllustreerd worden met voorbeelden uit het portfolio. Ook is het mogelijk om oudergesprekken in een nieuwe vorm te gieten; de leerling-geleide gesprekken. Bij deze gesprekken heeft de leerling in principe de leiding over het gesprek. Hij vertelt zelf over zijn ontwikkeling met behulp van het portfolio. De leerkracht speelt hierbij een begeleidende rol. Hij kan bepaalde zaken voor de ouders of leerling verduidelijken of toelichten. Ook kan hij de leerling helpen om het gesprek op gang te krijgen. Toch is het leerling-geleide gesprek geen vervanging van het reguliere ouder gesprek. Soms zijn er zaken waar de leerkracht en ouders privé, zonder aanwezigheid van het kind, over moeten praten.

Basisschool de Klaverweide heeft al grote stappen gemaakt in het werken met het portfolio. De belangrijkste voordelen van het portfolio bereiken zij door de wijze waarop zij het instrument inzetten. De leerlingen worden actief betrokken bij het eigen leerproces. Deze betrokkenheid kan nog meer vergroot worden door de leerling-geleide gesprekken in te voeren. De leerkrachten van de Klaverweide kunnen hier mogelijk nog een uitdaging in vinden.

Het portfolio is een prima instrument om met leerlingen en ouders te reflecteren op de ontwikkeling van de leerling. Het is mogelijk om het portfolio in te voeren als beoordelend instrument, vooral door het toevoegen van de leerlijnen wordt deze beoordelende functie zichtbaar. De ontwikkeling van de leerling wordt niet naast die van anderen gelegd, hij wordt met zichzelf vergeleken. Het portfolio is pas een goed beoordelingsinstrument als de leerkracht samen met leerlingen uitgebreid reflecteert op de leerervaringen. Dit kost tijd en energie, maar uiteindelijk wordt dit een vaste routine binnen het onderwijs van de leerkracht. Het is mogelijk om het portfolio als aanvullend beoordelingsinstrument toe te passen in alle groepen van het basisonderwijs! [/read]

Werken met het Portfolio , een handreiking. (bron: Nieuw Zuid)